Het leven van een wees(fiets)

18 11 2009

Het leven van een weesfiets
Ik heet F. Iets, aangenaam. Ik rij al mijn hele leven door de straten van Utrecht. In de zwoele zomerzon en met een klapband over de hobbelige stenen van de grachten, ik heb het allemaal meegemaakt. Het begon in maart 1953 toen fietsenmaker “De Wiele” het laatste boutje op mijn voorwiel draaide. Mijn dynamo werd geïnstalleerd en mijn koplamp werd opgepoetst. Die eerste trappen die volgden waren het begin van een bewogen leven, letterlijk en figuurlijk.

De spaken voelden nog strak en jong toen dat kleine meisje met haar bloemjurkje op het leren zadel ging zitten. Ze nam me mee langs de gladste wegen naar de vrolijkste marktpleinen. Ik weet nog wel dat we een reis maakten van Driebergen, door de Utrechtse Heuvelrug, naar Doorn. We zouden het natuurgebied doorkruisen om dan uit te komen bij Maarn en weer huiswaarts te keren. We gingen over het lange hobbelige zandpad met links de bramenstruiken ,rechts de varens en overal bomen. Op een gegeven moment struikelden we over een uitstekende kei. We vlogen allebei met de neus in de modder. Zij bleef liggen, ik klapte nog met mijn achterste tegen een boomstam aan.

Daar lag ik met mijn achterste velg en spaken in de krik en een lekke voorband. Ik kon wel wat hulp gebruiken. In plaats daarvan kreeg ik een schop tegen mijn achterlicht en liep ze weg. Ik keek haar na tot bij na een scherpe bocht verdween achter de wilgen. Daarna heb ik haar nooit meer gezien. Gelukkig werd ik snel gevonden door de boswachter die mij met een pick-up naar de fietsenmaker bracht en vervolgens verkocht aan een student.

Toen volgde die rottige tijd. Elke week had ik weer een ander baasje. Altijd weer die studenten. Wat ze doen is de ene ketting er af knippen, wegrijden, een eigen ketting er op zetten, waarna een andere student die ketting er weer afknipt en zo verder. Een keer kreeg ik geen ketting om mijn frame. Het was een gevoel die ik lang niet had ervaren: vrijheid. Dit heerlijke gevoel maakte plaats voor rillingen toen twee jolige studenten mij over de reling kieperde, in de Oude Gracht.

Acht dagen later werd ik door een duikploeg uit het water gehaald die mij vervolgens met een hele sleep andere fietsen parkeerde bij Utrecht Centraal. Ik was vuil, nat en roestig. Niemand wilde me hebben, zelfs de armste zwerver niet. Tientallen jaren lag ik daar te roesten. Een fiets van mijn kwaliteit houdt het fysiek lang uit, maar psychisch was ik al lang gebroken. Tot ik op een dag werd opgepikt door behaarde mannen in oranje pakken. Zij namen me mee naar een loods waar ik nieuwe velgen met glimmende spaken en een geoliede ketting kreeg. En niet te vergeten, ik kreeg een naam: “weesfiets”.

Bedankt staatssecretaris Huizinga, door dit soort termen slaat mijn creatieve bron op hol!

Post to Twitter Post to Plurk Post to Yahoo Buzz Post to Delicious Post to Digg Post to Facebook Post to MySpace Post to Ping.fm Post to Reddit Post to StumbleUpon


Bruiksels

Informatie

Leave a comment

You can use these tags : <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>